Zoeken in deze blog

zondag 18 oktober 2026

Red cross parcel voor krijgsgevangenen uit Brits-India

Een bijzonder exemplaar van een voedselpakket van het rode kruis: speciaal voor Brits-Indische gevangenen. Het Brits-Indische leger bestond op z'n hoogtepunt uit zo'n 2,5 miljoen militairen, die voornamelijk in het verre oosten actief waren. In de Duitse krijgsgevangenenkampen hebben naar schatting zo'n 15.000-17.000 Brits-Indische militairen gevangen gezeten, waarvan het merendeel in Noord-Afrika gevangen werd genomen. Via kampen in Italië kwamen zij ook in de noordelijker gelegen krijgsgevangenenkampen terecht. Het Brits-Indische leger bestond voor 50% uit Hindoes, 34% Islamieten, 10% uit Sikhs en 6% overige religies. De eetgewoonten verschilden uiteraard ook met die van de Britten, maar ook tussen deze groepen onderling waren verschillen. Het rode kruis voorzag de Brits-Indische gevangenen van voedselpakketten met speciale ingrediënten. De pakketten bevatten: fruitsiroop, linzen, zeep, atta (een soort bloem), biscuits, margarine, melkpoeder, sardines, kerriepoeder, suiker, gedroogde eieren, thee, zout en chocolade. 

Toch leidde de inhoud van de pakketten tot problemen. Zo vroeg een Indiase vertrouwensman aan het rode kruis om zo nu en dan ook Canadese pakketten te sturen, voornamelijk omdat de Duitsers te weinig in voldoende brandstof voorzagen om de inhoud te bereiden. 

Korporaal Simon Pascha van de Koninklijke Marine was sinds december 1944 in het hoofdkamp van Stalag V A Ludwigsburg, waar ook ruim 1.100 Brits-Indische gevangenen verbleven. Naast de marine korporaals (een kleine 300) en de Brits-Indiërs waren er ook Amerikanen, Britten, Belgen, Fransen, Italianen, Sovjets en Polen. Een kamp met een gemêleerde bevolking dus. In zijn memoires beschreef hij (in spreektaal) de rel die daar in de koude winter in de sneeuw plaatsvond.
 

"We waren 3 Jan: en daar kregen we weer een andere film wij waren in dat nieuwe kamp niet alleen we zaten daar met Franschen Belgen Polen en ook Brits Indiërs. Nu waren er tussen die Brits Indiers lui van verschillende kasten of van verschillende geloven. Zoo waren er Mohammedanen en Siks en we merkten al gauw want met onze ervaring uit de tropen zagen we ook wel dat er een groot verschil was tussen die twee soorten mensen. Nu kwam de oorzaak voort uit het feit de eene partij en dit waren de Mohammedanen kregen geen vleeschwaren in hun paket, dat is voor hen verboden en voor de Siks mochten een zekere periode van het jaar niet rooken dus werden van die mannen cigaretten gehouden. In ieder geval waren de paketten de aanloop van het geval als nummer twee was het wel de groote geloofshaat die er tussen zat. In ieder geval ontstond er mot tussen onze buren en die raakten in onze buurt zwaar op de vuist. Maar dat liep nog raar af. Met stokken planken want daar stonden we zoo verwonderd van nergens was een brandhoutje te vinden en nu vlogen de knippels over het veld. Het duurde niet lang of er vlogen een dikke 300 man met alles waar mee geslagen kon worden elkaar te lijf. Wij zaten behoordelijk in de knel want het liep zoo hoog dat de wacht kwam in het geweer en het duurde heel kort of de eerste schoten klonken over het veld. Met dergelijke gein word iemand die er niets mee te maken heeft nog het slachtoffer. Zoo stond ik op een afstand de zaak te bekijken en daar kwam een schildwacht aan die volgens mij meer zenuwen had dan noodig voor hem waren en trachtte eerst mij in t vizier te nemen, maar hij trok wild over en het schot ging niet af want er zat nog een huls in de kamer van het vorig schot zoodoende slofte ik geweldig. Nummer twee was een Pool die ook een wandelingetje maakte en gek stond te kijken naar de zwartjes die zoo elkaar te lijf gingen het schot viel en de Pool was het eerste slachtoffer. De daaropvolgende run van schildwachten was recht op het vechtende geval aan links en rechts werd maar geschoten en na verloop van een poos was de zaak geluwd en er waren 5 dooden en 30 gewonden te betreuren. Droevig was het geval dat op een wagentje weg werd gevoerd. ’s Avonds was er een geweldig tumult en de Siks werden naar een ander hoek van het kamp gezet."






Southall, een Indiase wijk van London, bijgenaamd: Little Punjabi



zondag 11 oktober 2026

Potje uit Tjikoedapateuh, het 15e bataljonkamp

 
Tjikoedapateuh was een groot militair complex ten noorden van Bandoeng. Zoals gebruikelijk bij veel Nederlandse kazernes en wijken gebruikten de Japanners het als gevangenenkamp. Tot januari 1944 was het een krijgsgevangenenkamp. Daarna gebruikten de Japanners het als jongens/mannenkamp. Voor de bezetting was het complex in gebruik voor het 15e bataljon, het 1e depotbataljon en de luchtdoelartillerie. Daarom stond het kamp ook bekend als het 15e bataljonkamp.

Deze glazen pot met handgemaakte deksel en decoraties is gedateerd 8 maart 1942. De datum dat de KNIL militairen officieel krijgsgevangen waren. Daarnaast staat er 28 mei 1942 op het deksel. Vermoedelijk gaat het om een datum die voor de betreffende gevangene belangrijk was, zoals een trouwdag of verjaardag (eventueel van een kind of echtgenote).



maandag 7 september 2026

Buskaartje Westerbork

Westerbork staat natuurlijk bekend als het Duitse doorvoerkamp voor Joden. Het kamp is echter voor de oorlog al gebouwd door de Nederlandse regering, als opvangkamp voor Joodse vluchtelingen. Op 1 juli 1942 namen de Duitsers het kamp in gebruik als doorgangskamp, vanwaar vele Joden naar vernietigingskampen werden getransporteerd. Tot die tijd stond het kamp nog bekend als "Centraal interneringskamp" of "Centraal opvangkamp". Dit buskaartje Assen centraal/kamp Westerbork stamt dus uit de periode 1939-1942.


zondag 6 september 2026

Zuchthaus Siegburg

Toen de Amerikanen op 10 april 1945 het Duitse Zuchthaus Siegburg bevrijdden, kwamen ze onmenselijke taferelen tegen. In de gevangenis, die gebouwd was voor een capaciteit van 700 gevangenen, bevonden zich op dat moment 2600 gevangenen, ernstig ondervoed. Door de jaren heen zaten er zo'n 1500 Nederlanders in deze gevangenis. Foto's van de bevrijding tonen uitgemergelde gevangenen. Al sinds eind 1944 heerste er een vlektyfus-epidemie, waardoor bijna de helft van de gevangenen getroffen werd. Deze dodelijke ziekte werd door luizen verspreid, die in de gevangenis vrij spel hadden. Elke vorm van hygiëne was ver te zoeken. Hierdoor kwamen in de laatste weken voor en na de bevrijding nog velen om. 

Onderstaande foto toont een Nederlandse gevangene die terugkeerde. Politiek gevangene uit Siegburg na 4 jaar.


 

Enveloppen Paul Mak, gijzelaarskamp Haaren

Paul Mak (23 april 1894 - 13 maart 1971) was een vooraanstaand Schiedammer. Hij was actief in de lokale politiek voor de ARP, reserve-officier van 1914-1938, directeur van de distilleerderij De Grauwe Hengst en commandant van de lokale afdeling van de BS.
Op 13 juli 1942 worden 27 prominente Schiedammers opgepakt en naar gijzelaarskamp Haaren gestuurd, daaronder ook Paul Mak. De onderstaande envelope is vermoedelijk vlak na zijn vrijlating naar kamp Haaren verstuurd door het personeel van zijn bedrijf. Het opschrift: "retour" en "naar huis".



Enveloppen vanuit kamp Haaren verstuurd naar zijn echtgenote.


maandag 27 april 2026

Foto Haupt Kriegsgefangenen Lazarett

Generaal majoor N.A.A. van de Roemer verlaat het 'Haupt Kriegsgefangenen Lazarett' tijdens een bezoek aan de Rode Kruisdiensten in Maastricht. Het gebouw op de achtergrond is het Jezuïetenklooster aan de Tongersestraat. In dit hospitaal werden krijgsgevangenen van diverse nationaliteiten die tijdens de strijd in mei 1940 gewond waren geraakt, geopereerd en verzorgd. Sommigen zijn hier alsnog aan hun verwondingen overleden. Een van hen was de Schotse korporaal Robert Frame, die twee dagen voor zijn verjaardag in juni 1941 het leven liet. Hij ligt niet ver van het Jezuïtenklooster begraven, op de algemene begraafplaats aan de Tongerseweg in Maastricht.


 

zondag 26 april 2026

St. Nicolaas - Kerst Revue

Een prachtige poster voor de sinterklaas-kerstrevue in krijgsgevangenenkamp Stanislau, waar 2000 Nederlandse officieren gevangen zaten. O.K. staat voor opgepikte knapen, een cabaretgezelschap voor en door officieren, om de gevangenen uit de sleur halen, zodat ze hun zorgen eens opzij konden zetten. De show die vele malen werd opgevoerd bevatte onder meer een zigeunerorkest, cabaret, opera, dans, Johny and Jones, intermezzo's, orkest, the longwater pionneers etc. etc.

De poster is gemaakt door Tlt. G. van Amstel, schrijver van het boek "De zak met vlooien". Een absolute aanrader voor iedereen die interesse heeft in de geschiedenis van de wo2.

Een geweldige schenking van dhr. Ziëck, waarvoor dank!!

M.m.v.:

Kapt. de Boer, kapt. v.d. Burg, c.v. de Jong, kapt. Bont, lt. Brantjes, c.s. v. Vianen, lt. Miedema, lt. Brouwer, lt. Hussem, lt. Pantus, lt. Kroon, lt. v.d. Zande, maj. Jhr. Gevaerts, kapt. Bont, lt. Moraal, lt. Rouffaer, lt. Callenbach, c.v. Suyderhout, lt. van Amstel








Treinkaartje naar het krijgsgevangenenkamp

Toen in 1943 de Nederlandse manschappen en onderofficieren werden opgeroepen voor terugvoering in krijgsgevangenschap, moest men zich per trein naar Amersfoort of Assen begeven. Met dergelijke kaartjes begon men aan de onzekere reis. Wie een Ausweis had, kreeg een stempel en mocht weer huiswaarts keren. Zoniet, werd je afgevoerd naar het stalag...
Vermoedelijk had deze sergeant A.P. Vogelpoel een baan die hem vrijstelde van krijgsgevangenschap, gezien er van hem geen krijgsgevangenendossier te vinden is in de archieven.


 

Schenking foto's majoor J.C.A. Meijer

Van Dhr. Coumou heb ik al eerdere een aantal interessante schenkingen mogen ontvangen, en pas was het weer raak. Ik kreeg een vijftal prachtige foto's en het militair identiteitsbewijs van majoor J.C.A. Meijer, in de meidagen van 1940 commandant van het Ie bataljon van het 38e Regiment Infanterie.

De meest interessante foto is een nog onbekende uit kamp Neubrandenburg. Uit dit kamp zijn veel minder foto's bekend dan uit kamp Stanislau, waar de officieren zaten voordat ze in januari 1944 op transport gingen vanwege het naderende front. Op de foto is majoor Meijer te zien met een Engelse battle dress, met daarop rangemblemen op de kraag en een Nederlandse mouwleeuw. Mij was al bekend dat aan de Colditzers Britse tenuen verstrekt waren, maar dat ook andere officieren die kregen was nieuw, en zeker het feit dat ze zelfs rang- en nationaliteitsemblemen droegen!

Eenmaal terug in Nederland maakte hij deel uit van de commissie verantwoording krijgsgevangen officier der Koninklijke Landmacht. In oktober 1948 kreeg hij eervol ontslag, inmiddels in de rang van kolonel.

Officieren voor de ingang van een barak in Oflag 67 Neubrandenburg. Majoor J.C.A. Meijer linksvoor.


Conservendepot kamp Stanislau

En enkele vooroorlogse kiekjes:





 

dinsdag 21 oktober 2025

Oorlogsdocumentatie van korporaal Leo Stuys, oppasser krijgsgevangen reserve-officieren

Van Dhr. Lafeber mocht ik afgelopen week een prachtige schenking ontvangen. Het gaat om een omvangrijke set documentatie van Korporaal L.C. Stuyts. In de meidagen van 1940 maakte hij als 21-jarige de strijd mee in de zuidelijke Grebbelinie bij Scherpenzeel. Op 12 juli 1943 begint voor Leo zijn krijgsgevangenschap. In de daaropvolgende twee jaren zit hij in maar liefst 6 krijgsgevangenenkampen, waar hij werkt als verzorger/ordonnans bij de krijgsgevangen reserve-officieren. Veel van zijn lotgenoten, de krijgsgevangen manschappen die in andere kampen terecht zijn gekomen hebben het moeilijker. Bijzonder aan de schenking zijn twee schriftjes die als dagboek gebruikt zijn. De eerste vorderingen zijn al gemaakt met het uitwerken hiervan. Verder zitten er enkele handgemaakte menukaartjes bij, vele foto's, ansichtkaarten uit mobilisatietijd, zijn Duitse registratiekaart, ontvangstbonnen van de rode kruispakketten en meer...

Ik wil Dhr. Lafeber hartelijk danken voor deze waardevolle toevoeging aan de collectie!

Leo's registratiekaart met pasfoto

Een handgemaakt menukaartje uit 1943, gemaakt in het kamp Muhlberg. Zijn regimentsgenoot Petrus Berting zou niet lang daarna overlijden aan de gevolgen van roodvonk (bloedvergiftiging).


Een schrift van zijn dagboek met de opschriften "Hoe lang nog??" en "Komt dit schrift nog vol?"




zaterdag 3 mei 2025

De nalatenschap van kapitein Boogaard


In 2021 vond ik in een Rotterdamse kringloop een porseleinen kruik ter herinnering aan de mobilisatie 1939-1940 en daarbij een tweetal foto’s in lijst. Het geheel was afkomstig uit de nalatenschap van kapitein Jacobus Christiaan Boogaard (23 mei 1904 – 3 mei 1942).

Bijzonder is dat ik eerder dit jaar nog een klein portretfotootje vond op marktplaats, niet op naam, maar onmiskenbaar kapitein Boogaard. En een maand geleden kwam zijn officierskist op mijn pad… Het kan soms raar lopen. Een aanwinst waar ik ontzettend blij mee ben en met een bewogen geschiedenis.

In 1924 begon Boogaard in Kampen aan de opleiding tot officier. De opleiding vervolgde naar de KMA te Breda, zoals voor beroepsofficieren gebruikelijk was en in 1927 werd hij als kersverse 2e luitenant ingedeeld bij het 20e Regiment Infanterie. Na drie jaar stapte hij over naar de en volgde hij in Soesterberg de opleiding tot vlieger.

Tijdens de mobilisatie was hij commandant van de IV e verkenningsgroep 2e Regiment Luchtvaarttroepen te vliegpark Gilze-Rijen. Dit vliegveld werd op 10 mei ’s nachts aangevallen. Kapitein Boogaard kreeg de opdracht de resterende 6 bruikbare vliegtuigen naar Haamstede te verplaatsen. Hier richtte Boogaard de legering in voordat de commandant van de verkenningsgroep ter plaatse was. In de ochtend van 11 mei vloog hij samen met 2e luitenant-waarnemer J.J. Cramer (van wie ik ook een prachtige set in de collectie heb, zie hieronder) in een Fokker C V een verkenningsvlucht over Noord-Brabant. De vlucht verliep zonder problemen, maar onmiddellijk na de landing werd het vliegveld Haamstede gebombardeerd. De volgende ochtend vloog het duo weer een verkenningvlucht over Brabant, op zoek naar een pantsercolonne, die niet werd gevonden.

Na de capitulatie ondertekende Boogaard de erewoordverklaring. Hierin verklaarde de officieren dat ze niks tegen de Duitsers zouden ondernemen gedurende de rest van de oorlog. Op grond hiervan werd hij vrijgesteld van krijgsgevangenschap. Dit zou hem uiteindelijk het leven kosten. Er waren toch een flink aantal militairen die geen waarde hechtten aan hun erewoord (“Een aan de Duitsers gegeven erewoord is geen erewoord”, zo redeneerden velen). Boogaard sloot zich aan bij de Ordedienst. De OD was een verzetsorganisatie die bestond uit veel oud-militairen. Deze groep hield zich o.a. bezig met spionage en probeerde zich voor te bereiden op de bevrijding, waarbij zij dan de orde zouden kunnen handhaven. Helaas werd de groep geïnfiltreerd en op 27 maart 1941 werd ook Boogaard gearresteerd en vastgezet in de strafgevangenis van Scheveningen, bijgenaamd het Oranjehotel. Op 4 september gaat hij op transport naar Amersfoort. Tot op 11 april 1942 het proces begint.

Tijdens het eerste OD proces, ook wel het proces der 72, werden 72 leden van de OD ter dood veroordeeld. 9 vonnissen werden omgezet naar levenslange tuchthuisstraf. Ook de leden van de Mekel- en Schoemakergroepen werden tijdens dit proces veroordeeld. Op 2 mei kwam de groep aan in concentratiekamp Sachsenhausen, waar ze in de bunkercellen overnachtten. De volgende dag werden de 72 (OD, Schoemakergroep en Mekelgroep) naar de executieplaats op de Industriefhof geleid en met een nekschot gefusilleerd.

Vandaag denk ik aan kapitein Boogaard en het offer wat hij en zijn collega’s precies 83 jaar geleden brachten.













 

zondag 16 februari 2025

Een Amsterdammer in Lamsdorf

Deze brief kocht ik afgelopen jaar, maar met een hoop vraagtekens. In geen enkel Nederlands oorlogsarchief kon ik deze man terugvinden. En hoe kwam deze Jakob verzeild in Stalag 344 Lamsdorf, één van de grootste krijgsgevangenenkampen voor hoofdzakelijk commonwealth POWs?



Jakob Spaan werd op 13 november 1905 geboren in Amsterdam. Op 12 mei 1940 (twee dagen na de Duitse inval in Nederland) meldde hij zich om dienst te doen in het Zuid-Afrikaanse leger. De Amsterdamse elektricien was voor die tijd naar Johannesburg geëmigreerd. Hij werd ingedeeld als Gunner bij het 2nd Field Regiment van de South-African Artillery. Deze eenheid viel onder het Britse 8th Army o.c.v. generaal Neil Ritchie. Op 21 juni 1942 werd Jakob door het Duitse Afrikakorps van generaal Erwin Rommel krijgsgevangen genomen bij Tobroek.

De daaropvolgende drie jaar verbleef Jakob in maar liefst zeven krijgsgevangenenkampen! Na een halfjaar in Benghazi ging hij naar PG 75 Bari, een kamp in Italië. Hoewel hij bij zijn gevangenname niet gewond was, werd hij overgeplaatst naar PG 204 in Altamura, een ziekenhuiskamp in een school. In krijgsgevangenschap had hij een middenoorontsteking opgelopen (otitis media). Vanaf daar naar PG65 Altamura-Gravina, een erg slecht kamp met veel zieken, te weinig te eten en zeer slechte hygiëne. Vanaf daar ging het weer terug naar PG75 Bari en na een maand ging het weer door naar PG52 Chiavari. Hier kwam een einde aan de hel van de Italiaanse kampen, want op 12 september 1943 ging hij op transport naar Stalag VIII B/344 Lamsdorf, waar hij twaalf dagen later aankwam. Hier werkte hij een maand in een Duitse mijn in Heverstein, maar dit werk stopte om onbekende redenen, mogelijk vanwege de koude. In maart 1945 ging hij op transport en kwam terecht in een Arbeitskommando van Stalag VII A Moosburg. Hij moest puinruimen na de bombardement op de Duitse stad Augsburg. Hier werd hij uiteindelijk bevrijd door de Amerikanen.

Bijgevoegd een filmpje met prachtige beelden van de stad kort na de bevrijding. Een wie weet zien we Jakob wel lopen…



 

 

donderdag 26 december 2024

Brief adelborst Frans de Ridder

 Op 1 december 1943 schreef adelborst Frans de Ridder deze brief met kerstwens naar huis.

Ja, zo vroeg al, want de post was er niet met een dag of twee. Langs de rand versierde medegevangene Hans (“Tjot”) Geerligs hem met mooi kerstachtig hulstblad.

“Gaat u weer Kerstmis vieren met een eenvoudig dineetje en de rode linten met kaarsen op tafel? En een kerstboompje? Wij gaan ’n gezellig diner houden.”

Ruim een maand later ging het kamp op transport naar Neubrandenburg. Gedurende dit transport zou hij uit de rijdende trein ontsnappen, maar na twee dagen en nachten werd hij weer opgepakt en kwam hij via een Poolse gevangenis en het grote kamp voor Britse krijgsgevangenen, Stalag 344 Lamsdorf, weer terug bij de groep in kamp Neubrandenburg.



zaterdag 26 oktober 2024

Stalag Luft 3

Recentelijk bracht ik een bezoek aan de unieke collectie van Ben van Drogenbroek. Ben is gespecialiseerd in Stalag Luft 3, een krijgsgevangenenkamp voor geallieerde vliegtuigbemanningen, o.a. bekend van ontsnappingen als “The Great Escape” en “The Wooden Horse”. Ben is een absolute autoriteit op het gebied van de geschiedenis van Luft 3 en hij heeft er ook een prachtig boek over geschreven: “The camera became my passport home”.

Zijn laatste boek gaat over Oflag XXI-B Schubin, een kamp wat ook gediend heeft als krijgsgevangenenkamp voor aircrew POWs. Ook dit boek is een standaardwerk en ik voel me vereerd dat ik een exemplaar van het limited edition boek cadeau kreeg! The camera is reeds uitverkocht, maar van het boek over Schubin zijn nog enkele exemplaren beschikbaar. Wie interesse heeft in een exemplaar melde zich!
Daarnaast mocht ik van Ben ook nog een origineel KLIM blik ontvangen voor de collectie.
Hieronder enkele foto’s van het boek, het blik en de collectie van Ben.