Zoeken in deze blog

vrijdag 17 april 2015

Jappenkamp

Ingezonden door JPJ Korver:

Ik ben J.P.J.Korver, ik draag de voorletters en achternaam van mijn nooit gekende opa.. Ik draag ze met trots en luisterde graag naar de verhalen die door mijn, wijlen, oma verteld werden. Hoe naar de verhalen soms ook waren, ze werden verteld met respect naar de leeftijd van de kleinkinderen, die er naar vroegen. Achteraf, is het fijn en mooi om te weten en mee te maken, dat mijn oma KON en WILDE vertellen.. NIET alles, zo werd me duidelijk, maar dat hoefde ook niet, dat kwam later wel.. Mijn Oma werd met haar twee dochters en zoontje ( mijn vader) en andere familieleden gescheiden van haar man, in de tijd van de Japanse bezetting in toen Nederlands-Indië.
Mijn Tantes vertelden ook wel eens wat, maar in mijn herinnering, pas op een voor mij latere leeftijd.. Niets ergs aan. De zaken die me ter ore kwamen, boeiden me, de leuke dingen, maar ook de NIET leuke dingen, de engste zaken, werden voor mij weg gehouden of kwamen helemaal niet aan bod. iets dat ik snel accepteerde.. Net als “ niet te veel vragen”  of “ doorzagen”  ik was blij met elk stukje verhaal, ook voor mijn oma en tantes, moet het goed geweest zijn, dat ze konden praten om zo te verwerken, wat er verwerkt moest worden..( ik bedoel, mijn oma en opa werden weer her-eenigd als familie ) Mijn, Wijlen en nooit door mij gekende, Opa, werkte in of bij een suikerfabriek, zijn functie laat ik even in het midden, dat weet ik me niet zeker meer en ik wil geen fouten benoemen.
De Japanse registratiekaart van JPJ KorverNationaal Archief, Den Haag, Ministerie van Binnenlandse Zaken: Stichting Administratie Indische Pensioenen (SAIP), Stamboekgegevens KNIL-militairen, met Japanse Interneringskaarten, 1942-1996, nummer toegang 2.10.50.03, inventarisnummer 437
 Er is een verhaal, van de vele die ik mocht horen, een, die mij vaak liet huilen.. het ontroerde me.. dat verhaal probeer ik zo goed mogelijk te delen.. “ Mijn vader, was te jong voor het jongenskamp en mocht/ kon, mede door hulp van een “ goede Jap ”  Net als mijn tantes (die wel de oudere leeftijden van ongeveer 13 en 15 hadden ) bij mijn oma op het kamp blijven.. die “ goede Jap”  gaf tips / advies en meldingen door over wat te doen als en wanneer,  er meisjes opgehaald werden om als “ troost meisje” te dienen… (voor zover IK weet en hoor, is dat leed mijn oma en tantes bespaard gebleven..) Maar goed verder over het verhaal.. Na de oorlog en in de tijd van de onrusten tussen inheemse bevolking en de Nederlanders, werd het ook mogelijk voor mijn opa terug te keren naar mijn oma.. Mijn oma en opa hadden in de oorlog alleen contact met de zus van mijn opa in Nederland..
De zus van mijn opa wist waar mijn opa was en waar mijn oma met haar kinderen zaten.. Die zus heeft tijdens de oorlog nooit iets van informatie aan een van de twee over de ander door gegeven, pas toen het kon, gaf ze mijn opa de gegevens door waar mijn oma was.. Die zus woonde in Hoorn.
Mijn opa verscheen uiteindelijk via via, bij het huis waar mijn oma met de kinderen zat.. hij klopte op de deur en mijn vader liep naar de deur op deze open te doen, hij keek mijn opa aan, deze man vroeg aan het kleine kereltje of mama thuis was… mijn vader twijfelde even en liep roepend naar mijn oma, met de mededeling iets van : “ er staat een man voor de deur die vraag naar jou..” .. Wanneer ik dat stukje verhaal hoorde uit de mond van mijn oma, zag ik een schittering in haar ogen en een traan, die traan, komt ook nu weer bij mij tevoorschijn.. Mede omdat ik de stem van mijn oma hoor en haar weer voor me zie ..  Na die her-eeniging volgde de lange spannende boot reis naar het koude Nederland, over de zee die vol met gevaren was..
In Hoorn trokken ze tijdelijk in het huis van de zus van mijn opa en daarna gingen ze naar een eigen huis.. daar bleven ze tot de dag dat mijn oma naar een bejaardentehuis moest.
Mijn Vader gaf me op een van die dagen, toen we het oude huis van mijn oma opruimden voor de verhuizing van mijn oma, deze veldfles, "deze is van je opa geweest”.  Mijn vader zegt, niets meer te weten over die Jappenkamp tijd.. Mijn vader werd Hoge luchtmacht officier en Veteraan, ik volgde mijn vader, en ging ook bij defensie, eerst als Marechaussee, toen geneeskundig bij de KL en later als Brandweerman bij de Luchtmacht.. Als Landmachter werd ik uitgezonden naar Bosnië.. Door mijn PTSS, mocht ik terug naar Bosnië en nam mijn vader en een arts mee.. in Bosnië, mocht ik meer over mijn vader leren kennen, het was alsof ook ik dat stukje meemaakte, waarover ik zojuist
 schreef.. Of mijn vader zich weer wat kon herinneren van zijn periode  ?? 
Ik heb mijn vader mogen leren kennen zoals MIJN VADER zijn vader heeft mogen leren kennen ;)
 "Pap, ik hou van je en ben trots op je "

Geen opmerkingen:

Een reactie posten